Voortgang beleids- en wetswijzigingen medicinale cannabis (update)
Onderstaand bericht omtrent de Voortgang beleids- en wetswijzigingen medicinale cannabis is op 3 juli gepubliceerd en geschreven door het ministerie van VWS aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal.
Dit is weer terug naar de tijd dat er niks geregeld was en het wordt er niet beter op, de patiënten komen terecht in ellende. Er gaat een transitie plaatsvinden en er is geen vangnet voor de patiënt. Een teler is er niet meer. Alles wordt geïmporteerd, de voorraad raakt op en is niet langer houdbaar straks. Er gaan al vele patiënten naar de Coffeeshop waar de keuze veel ruimer is, dit zal in de toekomst nog meer worden, indien hier niets geregeld wordt. Er is geen keuze meer voor de patiënt. Overheid doe hier iets aan!
De Brief:
Geachte voorzitter,
Graag informeert het kabinet de Kamer over de voortgang van de beleids- en wetswijzigingen rondom medicinale cannabis. Daarnaast informeert het kabinet de Kamer hierbij over de veranderingen in de toeleveringsketen van medicinale cannabis aan apotheken en apotheekhoudende huisartsen (hierna: apotheekhoudenden) in binnen- en buitenland.
Voortgang beleids- en wetsontwikkelingen
Op 21 februari 2025 heeft het (vorige) kabinet de Kamer voor het laatst geïnformeerd over de voortgang van de beleids- en wetswijzigingen rondom medicinale cannabis.1 Conform planning heeft het kabinet per 1 januari 2026 de mogelijkheden om te handelen met medicinale cannabis verder verruimd.
Het Bureau voor Medicinale Cannabis (BMC) is namens de minister van VWS verantwoordelijk voor de levering en productie van cannabis voor medicinale en wetenschappelijke doeleinden. Het BMC hanteert daarbij sinds september 2024 twee regimes van verhandeling. Regime 1 betreft cannabis die direct bij het BMC wordt afgenomen en die bestemd is voor apotheekhoudenden. Regime 2 betreft cannabis die marktpartijen met een ontheffing via het BMC aan elkaar leveren. Met het ingaan van de Beleidsregel Opiumontheffing 20262 is regime 2 verruimd, waardoor er nu meer mogelijkheid is voor verhandeling van medicinale cannabis tussen partijen. Deze wijziging houdt de ‘gesloten keten’ van apotheektoelevering met cannabis flos3 door het BMC in stand. Het BMC behoudt tot aan het wijzigen van de Opiumwet zijn handelsmonopolie op medicinale cannabis.4
Zoals in de eerdere brief vermeld is een wijziging van de Opiumwet nodig om een einde aan het handelsmonopolie van het BMC te maken en de verhandeling van medicinale cannabis aan apotheekhoudenden mogelijk te maken. De ambtelijke voorbereiding van deze wijziging is in een vergevorderd stadium. Het kabinet is voornemens nog dit jaar uitvoeringstoetsen aan te vragen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en bij het BMC. Ook bestaat het voornemen om voor het einde van dit jaar (online) bijeenkomsten met stakeholders te organiseren en een internetconsultatie te laten plaatsvinden. Zo kan worden gezorgd voor een goede aansluiting van de wetswijziging op de behoeften van de eindgebruiker en wordt gewaarborgd dat de partijen in de keten hun nieuwe rollen goed kunnen vervullen. De regering verwacht in de tweede helft van 2027 het wetsvoorstel aan de Kamer aan te bieden en streeft naar een inwerkingtreding van de wetswijziging per 1 juli 2028.
Einde overeenkomst met Nederlandse teler
In de brief van 21 februari 2025 heeft het kabinet de Kamer daarnaast geïnformeerd over het voornemen om vooruitlopend op de geplande wetswijziging de raamovereenkomst met de Nederlandse teler voor de levering van medicinale cannabis onder regime 1 te beëindigen. Inmiddels (per 1 januari 2026) is de raamovereenkomst tussen het BMC en de betreffende teler beëindigd. Als gevolg van de beëindiging van de raamovereenkomst zullen op korte termijn de leveringen van de betreffende teler aan het BMC stoppen. Het BMC heeft daarom een voorraad aangelegd van waaruit nog geruime tijd aan apotheekhoudenden geleverd kan worden. Alleen de bestellingen die voor het einde van de raamovereenkomst bij de teler zijn geplaatst worden in 2026 nog geleverd en komen bij deze voorraad. De voorraad is echter niet onbeperkt en de houdbaarheid van medicinale cannabis is eindig. Het BMC kan daarom niet gedurende de hele periode totdat de wetswijziging in werking is getreden vanuit de aangelegde voorraad blijven leveren. Dit heeft gevolgen voor zowel de levering in Nederland als voor de levering in het buitenland.
Gevolgen voor de levering in Nederland
Het BMC gaat in de loop van 2027 over op geïmporteerde medicinale cannabis om in Nederland te kunnen blijven leveren ten behoeve van apotheekhoudenden en onderzoekspartijen. De medicinale cannabis die door het BMC in het buitenland wordt aangekocht moet net als het huidige product voldoen aan de eisen van de
Europese Farmacopee monografie.1 De geïmporteerde producten zullen voor wat betreft de verhouding van THC en CBD zoveel mogelijk aansluiten bij het huidige aanbod. Het Europese aanbestedingstraject ten behoeve van de import is inmiddels gestart. Om deze verandering in goede banen te leiden wordt nauw contact gehouden met betrokken partijen zoals voorschrijvers en apotheekhoudenden. Het BMC zal medicinale cannabis blijven importeren en op voorraad houden ten behoeve van levering aan zorg en onderzoek in Nederland totdat de geplande wetswijziging en de daaropvolgende implementatiefase gereed zijn. Op dat moment eindigt de rol van het BMC als importeur van medicinale cannabis en leverancier van de Nederlandse apotheekhoudenden en van onderzoekspartijen.
Einde van de export van medicinale cannabis door het BMC
De beëindiging van de raamovereenkomt met de Nederlandse teler heeft ook gevolgen voor de export van medicinale cannabis vanuit Nederland door het BMC. Een (groot) deel van de productie die de teler aan het BMC leverde was bestemd voor export door het BMC. Omdat het BMC binnenkort geen leveringen meer ontvangt van de Nederlandse teler, stopt het BMC eind 2026 met de export van medicinale cannabis. De levering aan Nederlandse patiënten heeft immers prioriteit. Het precieze moment waarop de export wordt beëindigd is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de beschikbare voorraad en de houdbaarheid van het product. Momenteel worden overheden en andere partijen in EU-landen waaraan het BMC leverde nader geïnformeerd over de aankomende stopzetting van de export. Voor buitenlandse patiënten betekent dit dat zij geen toegang zullen hebben tot medicinale cannabis van het BMC en dat zij zullen moeten uitwijken naar andere leveranciers. Na de wetswijziging is er voor het BMC geen rol meer weggelegd als koper of verkoper van medicinale cannabis.
Het kabinet zal de Kamer blijven informeren in geval er ontwikkelingen te melden zijn over de beleids- en wetswijzigingen rondom medicinale cannabis.
Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport ,
Sophie Hermans
1 European Pharmacopoeia (Ph. Eur.) 07/2024:3028.
1 Kamerstuk 29477, nr. 924.
3 Gedroogde bloemtoppen van de cannabisplant.
4 De wijziging van de beleidsregel heeft geen gevolgen voor de verhandeling van cannabis ten behoeve van wetenschappelijke doeleinden.
Update: 24 september 2026
Reactie van de Minister
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de voortgang van
de beleids- en wetswijzigingen rond medicinale cannabis. Zij onderschrijven de noodzaak
van de voorgenomen modernisering van het stelsel, maar constateren dat de overgang
niet goed verloopt. De overeenkomst met de enige Nederlandse teler is beëindigd, terwijl
het wetsvoorstel na vertraging pas in de tweede helft van 2027 wordt verwacht en de
beoogde inwerkingtreding op 1 juli 2028 ligt. Daardoor dreigen patiënten en apotheken
in grote onzekerheid te verzanden. Dit is voor deze leden aanleiding om de Minister
enkele vragen te stellen.
De leden van de D66-fractie lezen dat het Bureau voor Medicinale Cannabis (BMC) wegens
het beëindigen van de overeenkomst met de teler een voorraad cannabis heeft aangelegd
waaruit «nog geruime tijd aan apotheekhoudenden geleverd kan worden». Kan de Minister
de indicatie «geruime tijd» specifieker maken, zo vragen zij. Wanneer verwacht zij
dat de voorraad uitgeput is? Welke mate van zekerheid heeft en/of geeft de Minister
daarbij over de houdbaarheid/bruikbaarheid richting het einde van die periode? Ook
vragen zij de Minister om inzichtelijk te maken hoe groot de precieze beschikbare
voorraad momenteel is.
De Minister erkent dat de voorraad onvoldoende zal zijn om de tijd te overbruggen
tot de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving. Daarmee is de Minister aangewezen
op import, met diverse onwenselijke gevolgen voor patiënten. Hoe voorkomt de Minister
dat patiënten in onzekerheid zitten over de beschikbaarheid van medicinale cannabis,
zo vragen zij, aangezien met het wegvallen van een vaste binnenlandse teler ook leveringszekerheid
komt te vervallen. De leden van de D66-fractie merken op dat medicinale cannabis niet
in het basispakket zit. Welke mogelijke gevolgen voor de prijs van het product voorziet
de Minister, zo vragen zij. Hoe voorkomt de Minister dat patiënten opdraaien voor
mogelijke prijsstijgingen waar de keuze voor import mee gepaard kan gaan?
De leden van de D66-fractie merken op dat uit onderzoeken van het Trimbos-instituut
blijkt dat veel Nederlanders cannabis voor medicinale doeleinden inkopen in de coffeeshop,
terwijl ze liever een verstrekking op recept zouden krijgen, maar tegen drempels aanlopen.
Deze leden zijn van mening dat het onwenselijk is om mensen afhankelijk te laten zijn
van coffeeshops waar, zoals de huidige wetgeving dat regelt, inkoop bijdraagt aan
een illegaal circuit en niet gepaard gaat met inzicht in de kwaliteit van het product.
Genoemde leden vrezen dat wegvallen van de binnenlandse teler tot gevolg kan hebben
dat de drempels voor Nederlanders om medicinale cannabis te verkrijgen enkel zullen
toenemen. Welke maatregelen neemt de Minister om dit te voorkomen, zo vragen deze
leden.
De leden van de D66-fractie constateren dat de onzekere situatie is ontstaan door
enerzijds vertraging in het wetsvoorstel, en anderzijds het vasthouden aan het voornemen
om de overeenkomst met de binnenlandse teler te beëindigen. Hoe reflecteert de Minister
op deze situatie, zo vragen zij. Kan de Minister uiteenzetten waarom het beëindigen
van de overeenkomst en de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving niet beter op elkaar
zijn afgestemd, zodra de vertraging duidelijk werd? De leden van de D66-fractie hebben
namelijk moeite om een en ander met elkaar te rijmen.
De leden van de D66-fractie lezen dat de Minister zich richt op inwerkingtreding per
1 juli 2028, maar voornemens is pas in de tweede helft van 2027 het wetsvoorstel bij
de Tweede Kamer in te dienen. Zij merken op dat dit een krap tijdspad is. Kan de Minister
gedetailleerder (voor de verschillende fases van het wetgevingsproces) uiteenzetten
welke planning zij daarbij voor zich ziet? De leden van de D66-fractie vragen de Minister
hoe zij voorkomt dat de inwerkingtreding wederom vertraagd wordt. Tegelijkertijd benadrukken
zij dat ook inwerkingtreding per 1 juli 2028 laat zou zijn, met oog op het te overbruggen
gat na het wegvallen van de voorraad van BMC. Is de Minister bereid het voorstel met
de hoogste prioriteit op te pakken en eerdere inwerkingtreding te verkennen, zo vragen
zij. Voorts vragen zij of de Minister gelijktijdig bereid is om de Beleidsregel Opiumontheffing
2026 die op 1 januari 2026 van kracht is gegaan zodanig aan te passen met inwerkingtreding
per 1 januari 2027, dat Nederland onafhankelijk van import en buitenlands aanbod kan
blijven opereren?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister rondom
medicinale cannabis. Zij danken de Minister voor haar brief en hebben nog enkele vragen.
De leden van de VVD-fractie lezen dat het regime 1 onderdeel per 1 januari 2026 wordt
beëindigd. In de loop van 2027 zal het BMC medicinale cannabis gaan importeren vanuit
het buitenland. Kan de Minister aangeven waarom we medicinale cannabis gaan importeren?
Waarom is het niet mogelijk om de productie hiervan in Nederland te organiseren? Wordt
de medicinale cannabis straks vanuit andere Europese landen geïmporteerd of vanuit
de wereldmarkt? Als dit vanuit de wereldmarkt geïmporteerd gaat worden, waarom zet
de Minister zich dan niet in voor productie binnen Europa?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de brief over de voortgang van
de beleids- en wetswijzigingen rondom medicinale cannabis. Deze leden onderschrijven
dat patiënten die aantoonbaar gebaat zijn bij medicinale cannabis toegang moeten kunnen
hebben tot een veilig, gecontroleerd en kwalitatief goed product. Tegelijkertijd zijn
deze leden kritisch op de verdere verruiming van de handel in medicinale cannabis,
de voorgenomen beëindiging van het handelsmonopolie van het BMC en de daarmee gepaard
gaande uitbreiding van het aantal marktpartijen. Zij hebben hierover de volgende vragen.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister te bevestigen dat medicinale cannabis
nadrukkelijk onderdeel blijft van het geneesmiddelenbeleid en dat de voorgenomen wijzigingen
op geen enkele wijze worden gebruikt als opstap naar verdere normalisering, liberalisering
of legitimering van recreatief cannabisgebruik.
Deze leden vragen de Minister waarom is gekozen voor verdere verruiming van de handel
in medicinale cannabis en uiteindelijk voor het beëindigen van het handelsmonopolie
van het BMC. Zij vragen welk concreet medisch belang van patiënten hiermee wordt gediend
en welke aantoonbare verbetering in kwaliteit, beschikbaarheid of patiëntenzorg de
Minister hiervan verwacht.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister waarom verdere marktwerking wenselijk
wordt geacht terwijl voor verschillende toepassingen van medicinale cannabis de medisch-wetenschappelijke
meerwaarde nog beperkt of onvoldoende overtuigend is aangetoond. Zij vragen of de
Minister het uitgangspunt deelt dat eerst voldoende duidelijkheid moet bestaan over
medische meerwaarde, veiligheid en noodzaak voordat verdere uitbreiding van productaanbod
of markt plaatsvindt.
Deze leden vragen de Minister te bevestigen dat verruiming van de markt niet zal leiden
tot verruiming van indicaties enkel omdat meer producten of aanbieders beschikbaar
komen. Zij vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat aanbod een eigen vraag gaat
creëren.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister te bevestigen dat artsen en apotheken
centraal blijven staan en dat medicinale cannabis uitsluitend binnen een strikt gereguleerde
medische keten beschikbaar blijft. Zij vragen de Minister uit te sluiten dat de voorgenomen
wetswijziging leidt tot verkoopkanalen buiten de reguliere medische keten of tot vervaging
richting zelfzorg.
Deze leden constateren dat naarmate meer private partijen mogen produceren, importeren
en handelen, toezicht op vergunningen, voorraden, transport, administratie en vernietiging
van producten belangrijker wordt. Zij vragen de Minister daarom uiteen te zetten hoe
het toezicht na beëindiging van het BMC-monopolie concreet wordt ingericht.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister te bevestigen dat volledige traceerbaarheid
van medicinale cannabis wordt gegarandeerd, vanaf teelt dan wel import tot en met
aflevering aan de patiënt. Zij vragen tevens welke instantie verantwoordelijk wordt
voor toezicht op iedere schakel in deze keten en hoe vaak zullen controles plaatsvinden.
Deze leden vragen de Minister hoe wordt voorkomen dat medicinale cannabis weglekt
naar het illegale of gedoogde recreatieve circuit. Zij vragen welke eisen worden gesteld
aan voorraadadministratie, beveiliging, transport, vernietiging van restpartijen en
controle op afwijkingen tussen geregistreerde en feitelijke voorraden.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister welke aanvullende capaciteit en middelen
de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) nodig heeft om toezicht te houden op een
stelsel met meer private marktpartijen. Zij vragen de Minister te bevestigen dat beëindiging
van het BMC-monopolie niet zal plaatsvinden voordat vaststaat dat het toezicht aantoonbaar
afdoende kan worden uitgevoerd.
Deze leden vragen de Minister hoe commerciële prikkels worden begrensd. Zij vragen
de Minister te bevestigen dat marketing en andere vormen van actieve beïnvloeding
richting patiënten en voorschrijvers niet zullen worden toegestaan. Ook vragen zij
hoe wordt voorkomen dat producenten of importeurs financieel belang krijgen bij het
vergroten van het aantal voorschriften of het verbreden van indicaties.
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister tevens te bevestigen dat marktgroei
geen beleidsdoel is en dat het succes van het nieuwe stelsel uitsluitend wordt beoordeeld
aan de hand van patiëntveiligheid, kwaliteit, beschikbaarheid, medische noodzaak en
doelmatigheid.
Tot slot vragen deze leden hoe wordt gewaarborgd dat patiënten die aantoonbaar baat
hebben bij medicinale cannabis niet worden benadeeld door de overgang van Nederlandse
productie naar import. Zij vragen de Minister te garanderen dat deze overgang niet
leidt tot tekorten, kwaliteitsverschillen of ongewenste gedwongen wisselingen in samenstelling
of THC/CBD-verhouding.
De leden van de PVV-fractie benadrukken dat medicinale cannabis alleen een plaats
kan hebben binnen een streng gecontroleerde medische keten, met stevig overheidstoezicht
en zonder dat commercialisering, marktgroei of normalisering van cannabis het uitgangspunt
worden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de brief van de Minister over
de voortgang van het beleid rond medicinale cannabis en hebben hierover nog enkele
vragen.
De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister een update kan geven over de huidige
stand van zaken van het wetenschappelijke bewijs van de therapeutische waarde van
medicinale cannabis.
De leden van de CDA-fractie vragen of de Minister nader wil toelichten waarom de raamovereenkomst
met de teler per 2026 is beëindigd, terwijl uit de brief blijkt dat het aangekondigde
wetsvoorstel om het handelsmonopolie van het BMC te beëindigen naar verwachting pas
halverwege 2028 in werking treedt. Deze leden vragen sinds wanneer de Minister ervan
op de hoogte is dat er een leveringsgat zou ontstaan als gevolg van vertraging van
het wetsvoorstel en het opraken van voorraden? Het BMC wordt daarmee afhankelijk van
de import van medicinale cannabis, zo constateren deze leden. Kan de Minister toelichten
tot hoelang de huidige voorraad strekt? Kan de Minister toelichten wat de stand van
zaken is ten aanzien van het aanbestedingstraject? En kan de Minister toelichten wat
deze (tijdelijke) overstap betekent voor de kwaliteit van medicinale cannabis en patiëntveiligheid?
Deelt de Minister dat geïmporteerde cannabis op zijn minst aan dezelfde standaarden
en kwaliteitseisen moet voldoen? Deze leden vragen ook of de Minister de zorg deelt
dat meer mensen overstappen op recreatieve cannabis voor medische doeleinden en zo
ja, hoe wil de Minister dit voorkomen?
De leden van de CDA-fractie constateren dat door het wegvallen van de export de opbrengsten
voor de overheid acht miljoen euro lager uitvallen. Kan de Minister toelichten wat
dit doet met de prijs van medicinale cannabis, in combinatie met de onzekerheid die
in de komende periode ontstaat?
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben de brief over de voortgang van de beleids- en wetswijzigingen
rondom medicinale cannabis gelezen en zij hebben daarover vooralsnog geen vragen of
opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de Groep Markuszower
De leden van de fractie van Groep Markuszower hebben kennisgenomen van de stukken
en wachten de beantwoording met belangstelling af.
Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over voortgang beleids- en wetswijzigingen medicinale cannabis (Kamerstuk 29477-986)
Lees ook
- Beleidsregel van de Minister van VWS over de verlening van Opiumontheffingen (Beleidsregel Opiumontheffing 2026)
Beleidsregel van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 november 2025, kenmerk 4248897-1090174-GMT, over de verlening van Opiumontheffingen (Beleidsregel Opiumontheffing 2026)
- Beleids- en wetsontwikkelingen medicinale cannabis: Geen aanbesteding en wijziging wet!
Beleids- en wetsontwikkelingen medicinale cannabis: Geen aanbesteding en wijziging wet!
- Beleidsregel opiumontheffing Medicinale Cannabis van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 september 2024
Beleidsregel opiumontheffing Medicinale Cannabis van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 13 september 2024
- Kamerbrief over aankondiging getrapte beleidswijzigingen medicinale cannabis en voornemen tot wijziging Opiumwet
Kamerbrief over aankondiging getrapte beleidswijzigingen medicinale cannabis en voornemen tot wijziging Opiumwet
- Ernst Kuipers: Kamerbrief over de voortgang van het medicinale cannabisbeleid
Ernst Kuipers: Kamerbrief over de voortgang van het medicinale cannabisbeleid
- Minister Kuipers (VWS) informeert met Kamerbrief over beleidsinzet medicinale cannabis
Minister Kuipers (VWS) informeert met Kamerbrief over beleidsinzet medicinale cannabis
- Kamervragen/Antwoorden door Paulusma en Sneller van D66: Medicinale cannabis en ontoereikend beleid op maatschappelijk behoefte
Medicinale cannabis en ontoereikend beleid op maatschappelijk behoefte
- Inhoudelijke vragen omtrent beleid medicijngebruikers in het verkeer (speekseltest)
Dinsdag 11 mei bespreking stichting PGMCG, impulswoortblind, iederin en de drie commissies



